7 maanden na bestand doodt Israël nog altijd burgers in Gaza: "Dit kan je geen staakt-het-vuren noemen"

zaterdag, 16 mei 2026 (08:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Sinds het staakt‑het‑vuren van 10 oktober 2025 registreert Airwars vrijwel dagelijks schendingen van het bestand in Gaza. De Britse ngo, die dodelijk geweld tegen burgers wereldwijd documenteert, telde sinds het begin van het bestand gemiddeld 3 à 4 incidenten per dag — tegen ongeveer 20 incidenten per dag vóór het bestand — en stelt dat Israël "bijna elke dag" het bestand overtreedt.

In april 2026 noteerde Airwars meerdere concrete gevallen: op 6 april werd een chauffeur van de WHO in Khan Younis gedood tijdens een luchtaanval; op 8 april overleed Al Jazeera‑journalist Mohamed Al Wishah na een droneaanval bij Gaza‑stad; op 11 april werd een 10‑jarige jongen in Jabalia gedood; op 17 april kwamen twee UNICEF‑medewerkers om bij een aanval op een waterverdeelpunt; en later die maand vielen bommen bij een ziekenhuis, een moskee en een oplaadpunt, waarbij onder meer jonge jongens en een vrouw met twee kinderen werden gedood.

Officiële Palestijnse cijfers en mensenrechtenorganisaties bevestigen het aanhoudende menselijke leed: sinds het bestand zijn door de Gazaanse gezondheidsautoriteiten 784 doden en 2.241 gewonden geregistreerd; Save the Children telde alleen al tijdens het bestand minstens 180 dode kinderen. Tegelijk werden enkele Israëlische militairen door Hamas‑operaties gedood.

Airwars legt uit waarom het bestand in de praktijk weinig veiligheid bracht. Het Israëlische leger trok een zogenoemde gele lijn door Gaza, waardoor meer dan twee miljoen mensen op ongeveer 42 procent van het grondgebied werden samengedreven; de overige 58 procent blijft onder sterke Israëlische controle. Israël hanteerde aan de frontlijn een ‘shoot‑to‑kill’‑houding, maar volgens Airwars vinden dodelijke incidenten inmiddels over bijna heel Gaza plaats, niet alleen bij die lijn. De organisatie waarschuwt dat het aanhoudende geweld genormaliseerd raakt en daardoor minder internationale aandacht krijgt.

De onderzoeksaanpak van Airwars berust op open‑sourceverificatie: sociale media, lokale berichtgeving, satellietbeelden en geolocatie. Onder leiding van Shihab Halep (een pseudoniem; zijn echte naam is bekend bij de redactie) probeert het team bij elk incident slachtoffers te identificeren en te documenteren — soms via namen op lijkzakken of via honderden reacties op sociale posts. Het intensieve werk laat psychologische sporen na; onderzoekers nemen soms dagen vrij om beelden te verwerken.

Halep beschouwt de voortdurende dodelijke aanvallen op burgers als zó structureel dat hij ze als "genocide" bestempelt. Airwars‑directeur Emily Tripp waarschuwt dat de afnemende aandacht de normalisering van geweld in de hand werkt. Conclusie: het staakt‑het‑vuren bestaat op papier, maar heeft geen garantie op stabiliteit of veiligheid gebracht voor de inwoners van de Gazastrook.