Bitter lachen over de karikatuur, Francesca Albanese
In dit artikel:
Francesca Albanese, de speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor de Palestijnse gebieden, veroorzaakte flinke opschudding toen zij zaterdagavond tijdens een Al-Jazeera-forum in Doha Israël bestempelde als de “gemeenschappelijke vijand” van de mensheid. Ze sprak op een panel naast Hamas-leider Khaled Mashaal en de Iraanse minister van Buitenlandse zaken Abbas Araghchi, een samenstelling die volgens de auteur elke pretentie van onpartijdigheid ondermijnt.
De kritiek richt zich op meerdere punten. Ten eerste zou een VN-functionaris, geacht neutraal internationaal recht en mensenrechten te verdedigen, zich niet mogen lenen voor retoriek die rechtstreeks aansluit bij Hamas- en Iraanse propaganda. Albanese presenteert Israël volgens de columnist als verantwoordelijk voor het vermeende wereldwijde onheil, terwijl zij de rol van staten als Iran—die Hamas en Hezbollah steunen, wapens leveren en vijandige taal tegen Israël gebruiken—niet of nauwelijks bespreekt. Dit selectieve declameren zou het internationaal recht instrumentaliseren en morele helderheid opofferen.
De auteur betoogt dat zulke uitspraken de reële complexiteit van het conflict negeren: Israël is een klein, door vijandigheden omringd land met substantiële technologische en democratische prestaties; historische stappen zoals de Oslo-akkoorden en de Israëlische terugtrekking uit Gaza worden door Albanese grotendeels buiten beschouwing gelaten. In plaats van een analytische of bewijsgebaseerde benadering kiest zij, aldus het stuk, voor ideologische training die radicaal uitsluiting en delegitimatie aanmoedigt — zelfs oproepen om joden uit onderwijs en arbeidsleven te weren zou volgens de auteur impliciet in haar discours doorklinken.
Het centrale gevaar, aldus de columnist, is dat internationaal recht daarmee verandert in een instrument om terrorisme en ontmenselijking te rechtvaardigen. De echte tegenstanders van vrede zouden niet Israël zijn, maar degenen die het internationale rechtskader misbruiken, cliché-rechtvaardigingen herhalen en zich comfortabel op één podium zetten met bewegingen en regimes die geweld ondersteunen.
Kortom: de auteur ziet Albaneses optreden in Qatar als een grensoverschrijdende verbreking van VN-neutraliteit, een normalisering van pro-Hamas-retoriek en een verontrustende vervorming van het internationaal recht die gezocht dient te worden tegengewerkt.