De heiligverklaring van Marwan Barghouti

dinsdag, 9 december 2025 (11:59) - Israel Today

In dit artikel:

Ongeveer 200 bekende artiesten — onder wie Benedict Cumberbatch, Mark Ruffalo, Cynthia Nixon, Sir Ian McKellen, Paul Simon, Sting en Brian Eno — hebben recent een campagne gelabeld “Free Marwan” gesteund waarin zij aandringen op de vrijlating van Marwan Barghouti uit een Israëlische gevangenis. De ondertekenaars schetsen Barghouti als een symbool van Palestijnse eenheid en een onvermoeibare voorvechter van vrijheid en waardigheid; Barghouti zelf staat hoog in peilingen als mogelijke opvolger van de verouderde Palestijnse Autoriteitsleider Mahmoud Abbas.

De auteur van het stuk reageert fel op die steun. Barghouti werd volgens het artikel in 2002 veroordeeld op grond van overweldigend bewijs dat hij tijdens de Tweede Intifada aanslagen organiseerde waarbij meerdere mensen omkwamen; de rechtbank stelde hem ook moreel verantwoordelijk voor andere dodelijke terreuraanslagen. De schrijver wijst erop dat het beeld van Barghouti als onbetwiste natiebouwer of politieke gevangen voor velen daarom onverenigbaar is met zijn veroordelingen voor betrokkenheid bij dodelijk geweld.

Het commentaar presenteert de steun van beroemdheden als symptomatisch voor een bredere verschuiving binnen progressieve kringen: beroemdheden met een publiek imago van morele betrokkenheid zouden geneigd zijn revolutionair verzet te romantiseren en geweld van bevrijdingsstrijders anders te beoordelen dan geweld van staten. Die neiging, zo wordt betoogd, leidt ertoe dat sommige linkse activisten en publieke figuren geweld van bepaalde groepen minimaliseren of heretiketteren als legitiem verzet, terwijl slachtoffers van die acties gedehumaniseerd worden.

Daarnaast verweeft het artikel een verwijt tegen het internationale mensenrechten- en humanitaire apparaat. Een recent rapport van NGO Monitor wordt aangehaald als bewijs dat Hamas systematisch invloed uitoefent op buitenlandse ngo’s die in Gaza actief zijn. Uit interne documenten, aldus het rapport en het artikel, zou blijken dat Hamas toezicht houdt op ngo-activiteiten, partnerschappen manipuleert en soms banden met hulporganisaties gebruikt voor militaire of inlichtingenbelangen. Concrete voorbeelden die genoemd worden betreffen vermeende samenwerkingen of connecties van lokale ngo-vertegenwoordigers met Hamas of andere gewelddadige groeperingen, en een project waarin een internationale hulporganisatie volgens documenten mogelijk heeft bijgedragen aan infrastructuur die ook militair bruikbaar bleek.

Op basis van deze observaties waarschuwt de auteur dat het omarmen van de Palestijnse zaak door grote delen van het Westen niet louter een kwestie van solidariteit is, maar heeft geleid tot het normaliseren van vijandige stereotypen over Joden, tot het verdraaien van slachtoffer- en daderrollen en tot een verzwakking van het vermogen om islamistisch extremisme te herkennen en te veroordelen. De tekst gaat zover te stellen dat de kwestie fungeert als een “Trojaans paard” voor antisemitisme en daarmee een bredere bedreiging voor westerse samenlevingen vormt.

Kortom: het artikel beschrijft de celebrity-campagne voor Barghouti als moreel misplaatst en deel van een groter patroon waarin progressieve retoriek geweld romantiseert, ngo’s in oorlogsgebieden kwetsbaar zijn voor machtsmisbruik, en de publieke discussie over Israël-Palestina volgens de auteur is uitgehold door onkritische steun die antisemitische en anti-westerse tendensen faciliteert.