De oorlog in Iran legt de door bepaalde verhalen gekleurde houding van Afrika ten opzichte van Israël bloot

donderdag, 26 maart 2026 (15:42) - Israel Today

In dit artikel:

In de internationale arena stemmen veel Afrikaanse landen als één blok en hun beleid tegenover Israël wordt sterk bepaald door het historische antikoloniale raamwerk van de Afrikaanse Unie. Dit verklaart waarom een overweldigende meerderheid van de 54 AU-leden de Palestijnse staat heeft erkend en bij VN-stemmen systematisch standpunten inneemt die tegen Israël zijn gericht. Tegelijkertijd reageren veel Afrikaanse regeringen recent opvallend terughoudend op de gezamenlijke militaire acties van de VS en Israël tegen Iran: ze kiezen meestal neutraliteit, pleiten voor de-escalatie en wegen vooral economische risico’s en regionale stabiliteit af. Datzelfde pragmatische patroon was zichtbaar tijdens de oorlog in Oekraïne, waar veel staten zich onthielden of een neutrale koers hanteerden.

De auteur stelt dat deze tweedeling voortkomt uit narratief verschil. Als een conflict binnen het antikoloniale verhaal past — zoals de Palestijnse kwestie — ontstaat bijna automatische solidariteit met Palestina. Wanneer het gaat om conflicten die geen aansprekend historisch of emotioneel anker bieden voor Afrika (bijvoorbeeld Iran of Oekraïne), domineren nationale belangen, handelsoverwegingen en diplomatieke flexibiliteit. Daardoor stemmen landen die wél profiteren van Israëlische hulp toch vaak tegen Israël in de VN: volgens UN Watch tonen Ethiopië, Ghana, Kenia, Oeganda en Rwanda bij belangrijke stemmingen vrijwel geen steun aan Israël en klasseren ze hun overige keuzes als onthoudingen.

Er zijn enkele uitbijters: Kameroen en Eritrea hebben Palestina formeel niet erkend; in het geval van Eritrea spelen binnenlandse etnische en historische factoren mee. Op institutioneel niveau heeft Afrika Israël beperkte toegang verschaft — een Israëlische delegatie werd van een AU-top verwijderd en de waarnemersstatus van Israël werd opgeschort — wat de institutionele kant van de tegenhouding onderstreept.

Israël heeft de afgelopen jaren pogingen ondernomen om de relaties met Afrika te herstellen. Premier Netanyahu voerde topbezoeken uit aan landen als Oeganda, Kenia, Rwanda en Ethiopië en richtte zich op samenwerking op het gebied van veiligheid, waterbeheer, landbouw en technologie. Praktische voorbeelden zijn aanwezig: het Israëlische bedrijf Netafim introduceerde druppelirrigatie in Kenia, wat opbrengsten verhoogde en waterverbruik met 30–50% verminderde, en zo landbouw in droge gebieden mogelijk maakte. Ondanks zulke concrete bijdragen blijft de diplomatieke kloof groot.

Om die kloof te dichten adviseert de auteur dat Israël het dominante narratief in Afrika actief moet uitdagen en herschrijven. Drie pijlers worden genoemd: eerst een krachtiger verweer van Israëls historische band met het land en het recht van het Joodse volk op zelfbeschikking; ten tweede het aanhalen van vergeten of verwaarloosde delen van regiohistorie (zoals Arabische en Ottomaanse invloeden, slavernij) om het smalle antikoloniale beeld te nuanceren; en ten derde het heropleven van grootschalige, staatgestuurde hulp- en samenwerkingsprogramma’s à la MASHAV uit de jaren 1950–1970, met nadruk op capaciteitsopbouw en partnerschap in soevereiniteit (water, voedsel, ontwikkeling).

Strategisch pleit de auteur voor een verschuiving van Israëls rol van louter kennis- of technologie-expert naar partner die soevereiniteit en staatsweerbaarheid versterkt, en voor het opbouwen van gedeelde narratieven over geschiedenis en waardigheid in plaats van uitsluitend transactionele relaties. Als concreet symbool van deze koers wordt Israëls erkenning van Somaliland genoemd als in lijn met het principe van zelfbeschikking op basis van koloniale grenzen — een principe dat veel Afrikaanse staten hun bestaan heeft geschonken.

Kortom: Afrikaanse steun voor Palestina is institutioneel en narratief geworteld; waar dat narratief ontbreekt, handelen landen pragmatisch. Als Israël zijn positie in Afrika wil verbeteren, moet het niet alleen technische hulp blijven leveren, maar ook het heersende verhaal actief bijsturen en langdurige, strategische partnerschappen opbouwen die aansluiten bij Afrikaanse gevoeligheden en belangen.