Duitsland ontwaakt: "Aanvallen op Israël moeten stoppen"
In dit artikel:
Bondskanselier Friedrich Merz uit Berlijn heeft recent en nadrukkelijk verklaard dat aanvallen op Israël niet langer getolereerd mogen worden. De uitspraak valt op omdat Duitsland de afgelopen maanden juist terughoudend en kritisch was richting Israël, onder meer tijdens de Libanon-operatie. Daarmee probeert Berlijn al langere tijd twee lijnen tegelijk te voeren: kritiek op Israëlisch militair optreden én steun voor de veiligheid van de Joodse staat — een evenwicht dat in de praktijk vaak als zwak wordt ervaren.
De kentering in Berlijn heeft meerdere oorzaken. Het conflict in het Midden-Oosten is concreter geworden: Israël wordt bedreigd door Hezbollah in het noorden en Hamas in het zuiden, met Iran als actieve strategische actor op de achtergrond. Bovendien raken de ontwikkelingen Europa direct: onrust rond de Straat van Hormuz, vastgelopen onderhandelingen met Iran en stijgende energieprijzen schaden de Duitse economie. Merz zei dat de oorlog Duitsland “heel veel geld en economische kracht” kost, waarmee eigenbelang een even grote rol speelt als veiligheidsmotieven.
Tegelijk verscherpt de diplomatiek-politieke spanning tussen Duitsland en de Verenigde Staten. Merz bekritiseerde Washingtons strategie ten aanzien van Iran, waarop president Trump hem publiekelijk aanviel — een illustratie van uiteenlopende westerse standpunten over het conflict.
Hoewel de duidelijke boodschap uit Berlijn voor Israël betekenisvol is na maanden van hoofdzakelijk vermaningen, verandert één verklaring nog geen beleid. De echte vraag is of Duitsland en Europa bereid zijn die woorden te volgen met concrete stappen: zwaardere diplomatieke druk op Iran, een explicieter standpunt tegenover Hezbollah of andere maatregelen. Voorlopig blijft Merz’ verklaring een laat ontwaken en mogelijk het begin van een voorzichtige koerswijziging, maar geen definitieve beleidsbreuk.