Europese sancties tegen Israël: een koloniale onderneming in diplomatieke vermomming
In dit artikel:
De EU heeft recent sancties aangekondigd tegen gewelddadige Israëli’s die in Judea en Samaria (de Westelijke Jordaanoever) wonen. Hoewel die maatregelen op korte termijn grotendeels symbolisch zijn — de betrokkenen blijken zelden substantiële tegoeden of belangen in Europa te hebben — waarschuwt het opiniestuk dat het grotere probleem ligt in de normative koers die hierdoor wordt uitgezet. In plaats van alleen individuele misdrijven te bestraffen, draagt de stap volgens de auteur bij aan een frame waarin de Joodse aanwezigheid buiten de 1949-wapenstilstandslijnen niet alleen betwistbaar maar fundamenteel onwettig wordt verklaard.
De schrijver trekt parallellen met koloniale juridificaties als terra nullius en verwijst naar eerdere Europese beslissingen, zoals taken van UNESCO en uitspraken van leiders als Emmanuel Macron, die historische banden van Joden met het land tekenen lijken te minimaliseren. Daarmee zou Europa niet neutraal naar een tweestatenoplossing toewerken maar symbolisch meer in de richting schuiven van uitspraken die het bestaansrecht van Israël in twijfel trekken.
Het stuk zet het Europese optreden af tegen de Amerikaanse benadering (bijv. de Abraham-akkoorden), waarbij Washington regionaal geopolitiek ziet als een netwerk van wisselende belangen en allianties. Europa daarentegen zou vasthouden aan een verouderde, bipolaire manier van denken uit de Koude Oorlog die stabiliteit koppelt aan één specifieke oplossing van het Israëlisch-Palestijnse vraagstuk. Die strategische incoherentie, aldus de auteur, brengt Europa dichter bij regionale actoren als Teheran en Hezbollah dan bij partners als Washington of Abu Dhabi.
Ook de binnenlandse impact krijgt aandacht: Europese joodse burgers beleven de sancties als een normalisering van het idee dat Joodse aanwezigheid op bepaalde plaatsen inherent illegitiem is, wat antisemitische sentimenten kan voeden zonder directe vijandigheid. Ter verdediging noemt de EU ook straffen tegen de Palestijnse Autoriteit wegens opruiende lesstof, maar dat weegt volgens de auteur niet op tegen een brede retoriek en politieke keuzes die als anti-Israelisch worden ervaren.
De kernkritiek luidt dat Europa zijn analysekader niet heeft geactualiseerd en daardoor de complexiteit van een snel veranderend Midden-Oosten miskent. Dat gebrek aan aanpassing leidt, volgens het stuk, tot beleidsmatig zelfisolatie en het risico dat Europa aan invloed verliest bij het vormgeven van de toekomst van de regio.