Goedbedoelde naïviteit
In dit artikel:
Half december vond in Jeruzalem een bijeenkomst plaats die zich richtte op hedendaags antisemitisme, politieke verantwoordelijkheid en de vaak al te simplistische denkwijze van het Westen. De kernstelling was dat antisemitisme in Europa geen nieuw verschijnsel is, maar momenteel vaker in subtielere vormen voorkomt: indirect verweven in politieke debatten, morele toeschrijvingen en goedbedoelde symbolische handelingen. Als casus diende Noorwegen: het land geniet internationaal het imago van uiterst tolerant en democratisch, met relatief lage antisemitische cijfers, maar de regering presenteerde juist daarom een langetermijnstrategie — het Action Plan against Antisemitism 2025–2030. Die stap roept volgens de sprekers fundamentele vragen op: waarom is zo’n plan nodig in een land dat zichzelf als historisch bewust en beschermend tegenover minderheden ziet, welke maatschappelijke verschuivingen dwingen daartoe, en waar liggen de grenzen van politieke definities en interventies?
De bijeenkomst onderzocht hoe vermeende progressieve instellingen onbedoeld kunnen bijdragen aan new-wave antisemitisme via discours en beleid, en benadrukte dat bestrijding niet alleen politie- of veiligheidsmaatregelen vergt maar ook politieke reflexiviteit, educatie en aandacht voor nuance in publieke debatten. De keuze van Noorwegen om proactief beleid te voeren werd neergezet als signaal dat zelfs stabiele democratieën zich opnieuw moeten bezinnen op hoe antisemitisme zich maskert en verspreidt. Daarmee bood het evenement niet alleen een diagnose van huidige problemen, maar ook een aanzet tot nadenken over welke mix van culturele, juridische en beleidsinstrumenten nodig is om zulke subtiele vormen van haat effectief tegen te gaan.