Hamas-sympathisant 'Abou Eenarm' vrijuit door ambtelijke blunder
In dit artikel:
Amin Abou Rashed, de bekende Gaza-activist die in strafzaken door justitie werd gezien als een belangrijke financier van Hamas, is door de rechtbank grotendeels vrijgesproken. Alleen voor het slinks omzeilen van sanctiewetten kreeg hij een voorwaardelijke straf van zes maanden; het Openbaar Ministerie had drie jaar gevangenisstraf geëist. Kernreden voor de vrijspraak: onvoldoende bewijs dat donaties rechtstreeks naar Hamas zijn doorgesluisd.
Een cruciale rol speelde een administratieve fout bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De voormalige stichting van Abou Rashed, Al Aqsa, stond in 2014 op een sanctielijst maar moest tijdelijk worden gelegaliseerd om zichzelf te kunnen ontbinden. Daarna is de organisatie niet opnieuw op die lijst geplaatst door ambtelijke nalatigheid, waardoor de juridische status onduidelijk bleef — een probleem dat ook door de rechtbank en opsporingsdiensten werd aangekaart.
De zaak toont tegenstrijdig bewijsmateriaal. Abou Rashed staat al jaren bekend als prominent sympathisant van Hamas: foto’s tonen hem naast leiders, hij was eregast bij grote Hamas-bijeenkomsten en in materiaal komt hij met harde taal naar voren (in een video zei hij onder meer: “my job... Israel down”). Thuis werden paradevoorwerpen en foto’s gevonden. Toch oordeelt de rechtbank dat sympathie en contacten niet automatisch aantonen dat hij of zijn organisatie formeel deel uitmaakten van Hamas of dat zij geld expliciet voor militaire doeleinden hebben gebruikt.
Abou Rashed zamelde volgens het dossier ongeveer 8,5 miljoen euro in voor Gaza; hij stelt dat dit exclusief bestemd was voor Palestijnse wees- en straatkinderen. De rechtbank hechtte minder waarde aan een door het OM ingebrachte deskundigenrapport, omdat dat sterk leunde op media- en inlichtingencorpora uit met name Israël en de VS. Daarmee bleef de link tussen de donaties en Hamas onvoldoende hard.
Wel vindt de rechtbank bewezen dat Abou Rashed bewust probeerde sanctiewetten te omzeilen en verschillende omwegen te zoeken als een route werd afgesloten — een ernstig feit, reden voor de voorwaardelijke straf. Abou Rashed was pas in 2023 aangehouden; de uitspraak volgde in Rotterdam. De zaak legt niet alleen individuele aanwijzingen van steun bloot, maar ook de kwetsbaarheid van sanctieregimes bij ambtelijke fouten.