Het meest vervolgde volk bouwde een succesvolle staat op
In dit artikel:
De tekst stelt dat de wereld Israël vaak dwingt zich te verontschuldigen voor zijn bestaan, terwijl het Joodse volk — na eeuwen van vervolging — in minder dan een eeuw een eigen, functionerende staat heeft opgebouwd. Ter onderbouwing haalt de schrijver Zeev Jabotinsky aan: al in 1923 betoogde hij dat Joodse waardigheid en het recht op soevereiniteit niet afhankelijk zijn van wereldwijde goedkeuring.
Een illustratie uit de voorgeschiedenis van Israël is de actie van Golda Meir in januari 1948. Enkele weken voor de formele onafhankelijkheidsverklaring, en met een dreigende oorlog tegen vijf Arabische legers in het vooruitzicht, stuurde David Ben-Gurion haar naar de Verenigde Staten om geld te werven. Meir arriveerde in New York praktisch zonder middelen, stelde zichzelf een ambitieus target van 25 miljoen dollar en bezocht 19 Amerikaanse steden, onder meer Chicago. In plaats van het verwachte zeven à acht miljoen bracht ze uiteindelijk 50 miljoen dollar bijeen — een veelvoud van de planning en een cruciale impuls voor de jonge staat. Ben-Gurion sprak later lovend over haar inzet en het historische belang ervan.
Kort gezegd: de passage benadrukt dat Israël en het Joodse volk niet afhankelijk zijn van internationale goedkeuring om hun bestaansrecht vorm te geven, en gebruikt Jabotinsky’s denken en Meirs concrete daadkracht als bewijs van die zelfstandigheid. Context: Meirs fondsenwerving was een beslissend element in het veiligstellen van materiële middelen en politieke legitimiteit in de kritieke weken rond de onafhankelijkheid.