Israël in plaats gekomen van Groens liefde voor het vaderland
In dit artikel:
Veel aanhangers van de negentiende-eeuwse politicus en denker Guillaume Groen van Prinsterer blijken vandaag meer hart te hebben voor de staat Israël dan voor het Nederlandse vaderland. Groen (1801–1876) legde in zijn geschriften — vooral het in 1846 verschenen Handboek over de vaderlandsgeschiedenis — uit dat geschiedenis geen loutere reeks toevalligheden is, maar dat Gods handelen zich door de nationale geschiedenis heen laat zien. Voor hem waren kerk, natie en Oranje nauw met elkaar verbonden; de strijd tegen Spanje werd bijvoorbeeld gezien als een echo van Israëls bevrijding uit Egypte.
In de loop van de twintigste en eenentwintigste eeuw is dat vaderlandsideaal onder protestants Nederland echter afgezwakt. Het begrip van de natie als een bezield verband roept steeds minder enthousiasme op in een multiculturele samenleving. Tegelijkertijd is er een nieuw, sterk enthousiasme voor Israël ontstaan: wat ooit vooral evangelische kringelingen kenmerkten, leeft nu ook onder reformatorischen. In de Haagse wandelgangen en op orthodox-christelijke scholen zijn die verschuivingen zichtbaar — waar vroeger portretten van Oranje of de koningin hingen, zijn beelden van Jeruzalem of vlaggen van Israël makkelijker te vinden; in het parlement scoren partijen als FVD en SGP symbolische verschillen.
De auteur stelt dat deze verplaatsing van affectie niet per se verkeerd is — het moderne Israëlroept bij velen de gedachte op van Gods zorg voor een volk en het recht op bescherming — maar wijst erop dat het aandacht voor Israël niet de aandacht voor Nederland hoeft uit te zonderen. Volgens de schrijver betekent de huidige voorkeur voor Israël eerder een breuk met Groens gedachtegoed dan een voortzetting ervan; Groen zelf zou volgens hem geprobeerd hebben beide verbonden levend te houden.