Israëli's en Palestijnen houden vandaag elk hun herdenkingsdag, spanningen lopen hoog op
In dit artikel:
Op 15 mei vielen dit jaar twee symbolische data samen: Palestijnen herdachten de Nakba — de verdrijving van honderdduizenden mensen in 1948 — terwijl volgens de Joodse kalender Israëli's Jeruzalemdag vierden, de herdenking van de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967. Midden-Oostenexpert Inge Vrancken, die in Tel Aviv verblijft, signaleert verhoogde spanningen en veel ongerustheid onder de lokale bevolking: steeds meer Palestijnen zouden snel uit Oost-Jeruzalem worden verdreven, en sommigen spreken al van een nieuwe, lopende Nakba.
De aanleiding voor de onrust was onder meer de traditionele vlaggenmars die tienduizenden Israëli's gisteravond door de Oude Stad lieten trekken. Omdat vandaag de sabbat is, vond de optocht al op de vooravond plaats. De tocht leidde tot confrontaties in en rond de Arabische wijken; volgens Haaretz vielen nationalistische deelnemers Palestijnse bewoners aan, vernielden winkels en leidde het tot arrestaties. Veel Palestijnen en ook sommige Joodse winkeliers verschansten zich of sloten hun zaken af; individuele bewoners vertrekken uit de stad uit angst voor geweld.
In de Gazastrook spreken overlevenden van 1948 en mensen die nu onder vuur staan van herhaling. Yusuf Abu Hamam (78) herinnert aan de oorspronkelijke verdrijving en de beperkte leefruimte sindsdien. Een andere vrouw, Majida, vertelt dat zij en haar dochters tijdens de huidige oorlog al meer dan twaalf keer moesten verhuizen — volgens haar is de huidige situatie instabieler en langduriger dan 1948. Vrancken benadrukt dat de veranderingen op de grond — huisvernietigingen met bulldozers, uitbreiding van muren en demografische beleid — moeilijk te keren zijn en grote gevolgen hebben voor honderdduizenden mensen.
Politiek en symbolisch spelen ook acties van Israëlische politici een rol: de nationale veiligheidsminister verscheen tijdens de mars met een grote Israëlische vlag bij de Rotskoepel, een gebaar dat door veel waarnemers als provocerend wordt gezien. Humanitaire en mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat juist in Jeruzalem scherp gelet moet worden op dergelijke ontwikkelingen, omdat de stad religieus en geopolitiek bijzonder gevoelig is. Vrancken stelt dat Jeruzalem vaak onderschat wordt in het bredere Israëlisch-Palestijnse conflict: veranderingen daar kunnen de stabiliteit in de regio ondermijnen, terwijl internationaal de afspraak bestaat dat de status quo van heilige plaatsen en religieuze rechten gehandhaafd moet blijven.
Kortom: de gelijktijdigheid van Nakba en Jeruzalemdag heeft de spanningen opgevoerd, waarbij confrontaties, gedwongen verplaatsingen en politieke symboliek samen een beeld schetsen van een situatie die door veel betrokkenen als onomkeerbaar en zorgwekkend wordt gezien.