Kleindochter sjah heeft plan voor Iran na ayatollah-regime

maandag, 16 maart 2026 (15:42) - Israel Today

In dit artikel:

Prinses Noor Pahlavi (34), oudste dochter van kroonprins Reza Pahlavi en kleindochter van sjah Mohammad Reza Pahlavi, vertelt in een recent interview hoe zij de veranderende machtsverhoudingen in het Midden-Oosten ziet en welke rol de Pahlavi-familie wil spelen bij een mogelijke overgang in Iran. Noor is in de Verenigde Staten geboren en opgegroeid en is nog nooit in Iran geweest, maar beschouwt haar Iraanse achtergrond als een bepalend deel van haar identiteit.

De tekst schetst kort de geschiedenis van de Pahlavi-dynastie: Reza Khan leidde in 1921 een machtsgreep en vestigde in 1925 de Pahlavi-monarchie, die met hervormingen en moderniseringsprojecten probeerde Iran te seculariseren en economisch te versterken. Zijn zoon Mohammad Reza Shah breidde die koers uit met onder meer de Witte Revolutie in de jaren zestig, maar het regime kreeg ook te maken met politieke repressie en groeiende oppositie. Die tegenstellingen culmineerden in grootschalige protesten in 1978 en de Islamitische Revolutie van 1979, waarna de familie in ballingschap ging.

Noor benadrukt dat het Iran vóór 1979 anders wordt herinnerd dan vaak in westerse of hedendaagse narratieven: snelle economische groei, stijgende alfabetisering, vrouwenkiesrecht (in 1963) en relatief grote religieuze diversiteit, inclusief een aanzienlijke joodse gemeenschap. Ze wijst ook op toenmalige stille samenwerking tussen Iran en Israël op veiligheids- en economisch terrein.

Over het huidige regime zegt Noor dat het aan legitimiteit en draagvlak heeft ingeboet, een ontwikkeling die volgens haar is versneld door de massale protesten sinds de dood van Mahsa Amini in 2022. Ze stelt dat het systeem zich regionaal is gaan isoleren en dat zijn invloed via proxy-milities (zoals Hamas, Hezbollah en de Houthi’s) minder coherent wordt. Noor noemt de conferentie van München in 2025, georganiseerd door haar vader, als voorbeeld van hoe uiteenlopende oppositiegroepen — van links tot rechts, republikeinen en monarchisten, verschillende etnische groepen — samen naar een gemeenschappelijke agenda toe werken.

Reza Pahlavi presenteert volgens Noor geen plan om de monarchie te herstellen, maar werkt met een team aan een praktisch stappenplan voor de wederopbouw na een mogelijke val van het regime: het Iran Prosperity Project. Dat project moet spanningen en chaos na een machtswisseling beperken en een routekaart bieden van de eerste overgangsdagen tot de instelling van een democratisch gekozen regering.

Een opvallend thema is Noor’s visie op toekomstige betrekkingen tussen Iran en Israël. Zij meent dat een democratisch Iran de regionale verhoudingen fundamenteel kan veranderen en zelfs langdurige vrede met Israël en andere buurlanden mogelijk maakt. Haar vader en zijn medewerkers gebruiken hiervoor het concept van ‘Cyrus‑overeenkomsten’ — vernoemd naar Cyrus de Grote — als raamwerk voor wederzijdse samenwerking op bijvoorbeeld waterbeheer, energie en economie; er zijn al gesprekken geweest tussen Iraanse experts en Israëlische functionarissen over urgente kwesties zoals de watercrisis.

Noor roept internationale steun op voor het overgangsplan en vraagt aandacht voor de positie van Iraniërs die volgens haar vooral vrezen dat oorlog kan leiden tot een versterking van het regime en de Revolutionaire Garde. Ze schetst een optimistisch beeld van een Iran waarin pluralisme, respect voor verschillende meningen en samenwerking met de wereld centraal staan — een toekomst die volgens haar haalbaar is, mits er zowel intern draagvlak als externe ondersteuning bestaat.