Na raketaanvallen valt Israël doelen in Iran aan
In dit artikel:
In de vroege ochtenduren van maandag werd Israël opnieuw onder vuur genomen: eerst lanceerden Houthi-rebellen in Jemen een raket, daarna vuurde Iran vanuit meerdere richtingen ballistische raketten op Israël af. In Jeruzalem, Judea en Samaria en andere regio’s klonken sirenes; de Israëlische luchtverdediging onderschepte veel projectielen of zag ze neerkomen in open gebied. Volgens de Israëlische gezant in Washington richtten de Iraanse salvo’s grote verwoestingskracht op, maar er waren aanvankelijk geen meldingen van grote schade of veel slachtoffers.
Als vergelding voerde de Israëlische luchtmacht vroeg op maandag luchtaanvallen uit op militaire doelen in het westen en midden van Iran. De IDF zegt dat de getroffen objecten lanceerplatforms en andere raketinfrastructuur van het Iraanse regime betroffen. De operatie werd geleid door chef-staf luitenant-generaal Eyal Zamir vanuit de luchtmachtcommandobunker, met inzet van de militaire inlichtingendienst.
De escalatie volgt op eerdere Iraanse raketaanvallen zondagavond en kwam ondanks Amerikaanse pogingen tot de-escalatie; naar verluidt vroeg president Trump premier Netanyahu af te zien van een reactie. Tegelijkertijd verklaarden Amerikaanse defensiewoordvoerders dat de VS niet betrokken waren bij de Israëlische strikes.
Binnen Israël bleef het openbare leven verstoord: scholen waren gesloten, het openbaar vervoer beperkt en veiligheidsdiensten stonden op scherp; luchthaven Ben Gurion bleef open. De situatie in de regio blijft gespannen en onduidelijk of verdere confrontaties, ook met groeperingen als Hezbollah, zullen volgen.