Ondanks hervormingsbeloften zet de PA het 'pay-for-slay'-programma voort, met name in het buitenland
In dit artikel:
De Israëlische waakhond Palestinian Media Watch (PMW) meldt dat gezinnen van Palestijnse daders die in het buitenland wonen hun volledige uitkeringen uit het zogeheten “Martyr’s Fund” blijven ontvangen, ondanks eerdere verklaringen van de Palestijnse Autoriteit (PA) dat zulke betalingen waren stopgezet. Ontvangers in landen als Jordanië en Libanon vierden recentelijk de ontvangst van de maandelijkse vergoedingen, terwijl veel gezinnen binnen de PA-gebieden juist geen of verminderde betalingen kregen en zelfs in Ramallah protesteerden.
Achtergrond: onder internationale druk kondigde de PA in februari vorig jaar aan dat betalingen niet langer via de Commissie voor Gedetineerden en Ex-gevangenen zouden verlopen maar via een nieuw orgaan, de Palestinian National Economic Empowerment Institution (PNEEI) onder het ministerie van Sociale Ontwikkeling. De PA stelde dat uitkeringen voortaan op sociaaleconomische gronden zouden plaatsvinden en niet als beloning voor terreurdaden. PMW en haar directeur Itamar Marcus stellen echter dat dit een schijnverandering is en dat de PA op geraffineerde wijze doorgaat met transfers naar voormalige strijders en hun families, maar via PLO-kantoren in het buitenland die in de begroting als vage post “PLO-organisaties” voorkomen.
Financiën en omvang: volgens Marcus maakte de PA in 2025 in totaal circa 269,4 miljoen sjekel (~86 miljoen euro) aan overboekingen over naar PLO-kantoren in het buitenland — gemiddeld zo’n 22,5 miljoen sjekel (~7 miljoen euro) per maand. In 2017 betaalde de PA, op basis van beschikbare cijfers, maandelijks aan ongeveer 13.500 buitenlandse families gezamenlijk ongeveer 18,9 miljoen sjekel (~6 miljoen euro). Een basisuitkering aan een familie bedraagt volgens berekeningen minstens 1.400 sjekel (~450 euro) per maand, met extra toeslagen voor echtgenoten en kinderen; individuele voormalige terroristen kunnen veel meer ontvangen.
Voorbeeld: Ahlam Tamimi, medeverantwoordelijk voor de bomaanslag op pizzeria Sbarro in Jeruzalem (2001), woont in Jordanië en ontving recent volgens PMW 6.000 sjekel (~2.000 euro). Tamimi is door de VS aangeklaagd en staat op de FBI-toplijst; het Amerikaanse Rewards for Justice-programma biedt tot 5 miljoen dollar voor informatie die tot haar arrestatie leidt. Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken reageerde met afschuw en kwalificeerde de betalingen als “betaling voor moord”.
Waarom buitenland anders wordt behandeld: donoren uit de VS en de EU kunnen binnen de Palestijnse gebieden strikter toezicht houden, waardoor directe transfers naar lokale ontvangers kwetsbaarder zijn voor controle en kritiek. Overmakingen aan PLO-vertegenwoordigingen in het buitenland zijn moeilijker te traceren en geven de PA volgens Marcus ruimte om de uitkeringen voort te zetten zonder zichtbare directe koppeling aan terreurdaden.
Internationale reactie en implicaties: de VS eist dat alle materiële en morele steun aan terrorisme stopt, zoals vastgelegd in het eerdere 20-puntenplan; ook wordt van de PA gevraagd aanzetten tot geweld en het verheerlijken ervan in onderwijs en beleid te beëindigen. Marcus heeft zijn bevindingen gedeeld met Israëlische en Amerikaanse autoriteiten en verwacht dat Washington de PA onder druk zal blijven zetten om de buitenlandse betalingen te staken.
Kortom: hoewel de PA formeel hervormingen aankondigde, tonen controles van PMW dat betalingen aan families van daders in het buitenland doorgaan, een ontwikkeling die spanningen met westerse donoren en Israël voedt en opnieuw de vraag oproept hoe donorsteun en toezicht effectiever kunnen worden gemaakt.