Raketaanvallen en medische noodsituaties zijn onderdeel van dagelijks leven
In dit artikel:
In Ramla, nabij Tel Aviv, draait het versterkte nationale operatiecentrum van Magen David Adom (MDA) op volle kracht: hulpverleners combineren routinehulpverlening met het afhandelen van raketalarmsituaties sinds het uitbreken van de oorlog met Iran. De zes verdiepingen tellende, versterkte faciliteit — in gebruik genomen op 7 oktober 2023 — kostte circa 130 miljoen euro en huisvest onder meer de nationale meldkamer en ondergrondse bloed- en moedermelkbanken.
Het callcenter van MDA verwerkt normaal zo’n 5.000 telefoontjes per dag; in oorlogstijd is het daarnaast een vaste informatiebron voor tv-zenders en werkt het nauw samen met het thuisfrontcommando van de IDF. Door moderne technologieën kunnen binnenkomende raketten worden gevolgd en hulpdiensten vroegtijdig in paraatheid worden gebracht, terwijl reguliere medische meldingen blijven binnenkomen. Zoals ambulancebroeder Aryeh Myers samenvat: “Zelfs midden in de oorlog bestaat 90% van ons werk uit alledaagse zaken.”
Veel letsels ontstaan volgens MDA wanneer mensen tijdens sirenes naar schuilplaatsen haasten; meldingen van gewonden komen vaak pas 10–15 minuten na het alarm binnen. Technische bewakingssystemen signaleren soms al ongebruikelijke activiteit voordat telefoontjes binnenkomen. Ambulancebroeder Elad Slama, die op de plaats van een inslag was, benadrukt dat de confrontatie met gewonden de werkelijkheid zwaarder maakt: je verwacht niet dat zoiets “vlak voor je eigen deur” gebeurt.
Cijfers van MDA over de eerste drie oorlogsweken: 16 doden door Iraanse raketaanvallen en meer dan 400 gewonden (waarvan 18 ernstig). De organisatie behandelde circa 1.600 mensen met oorlogsgerelateerde letsels; ongeveer 1.300 hadden lichamelijke verwondingen, de rest verkeerde in shock. De bloedbank in het gebouw dekte ongeveer 95% van de behoefte van ziekenhuizen en strijdkrachten en bleef gedurende de eerste weken vanuit beschermde kelders opereren.
MDA bestaat grotendeels uit vrijwilligers — ongeveer 90% van de 39.000 medewerkers — en is gefinancierd via geleverde diensten, donaties (circa 25%) en beperkte overheidssteun (ongeveer 12%). Veteranen en nieuwe vrijwilligers vinden er zowel zware momenten als zingeving: vrijwilliger Lee Ross noemt het werk zwaar maar zeer voldoeninggevend en wijst op de opleidingsmogelijkheden in het centrum die jongere vrijwilligers een nieuw perspectief geven.
Kort samengevat functioneert het Ramla-centrum als een hybride crisis- en routinedienst: het handhaaft normale ambulance- en medische diensten terwijl het door geavanceerde samenwerking en technologie ook continu anticipeert op en reageert bij raketaanvallen.