Rapport onthult methoden van Palestijnse Autoriteit om terroristen te blijven betalen
In dit artikel:
De in Jeruzalem gevestigde waakhond Palestinian Media Watch (PMW) concludeert in een nieuw rapport dat de Palestijnse Autoriteit (PA) haar zogenoemde “pay-for-slay”-betalingen niet echt heeft beëindigd, maar deze systematisch heeft verborgen door ex-terroristen op pensioenen te zetten of werk te geven binnen veiligheidsdiensten en de openbare sector. Volgens PMW blijft ook het Martelaarsfonds actief, dat maandelijkse uitkeringen verstrekt aan gevangenen die in Israël zijn opgesloten wegens aanslagen.
PMW geeft cijfers voor 2025: in totaal zou de PA ongeveer 315 miljoen dollar hebben uitgekeerd aan circa 23.500 personen via twee hoofdkanaallen. Meer dan 10.000 voormalige gevangenen ontvangen via herplaatsing als ambtenaar of gepensioneerde subsidiegelden — goed voor ruim 230 miljoen dollar — terwijl ongeveer 13.500 betalingen gaan naar leden van de Palestijnse diaspora (ongeveer 86 miljoen dollar). PMW stelt dat het aantal ontvangers dit jaar zal oplopen tot circa 30.000, doordat ongeveer 6.000 extra personen zijn omgezet naar pensioenen of PA-banen.
In februari 2025 gaf PA-president Mahmud Abbas aan dat de betalingen zouden worden overgezet van de commissie voor gevangenen naar een nieuwe instantie, de Palestinian National Economic Empowerment Institution (PNEEI), en dat uitkeringen voortaan op sociaaleconomische gronden zouden plaatsvinden. PMW beschouwt dit als een verkapte poging om westerse donoren gerust te stellen. Als aanwijzing dat de PNEEI weinig functioneert citeert PMW een bericht van een vrijgelaten gevangene op Telegram (20 september 2025) waarin wordt gezegd dat de PNEEI ogenschijnlijk niet meer bestaat en dat het oude systeem is hersteld.
Het rapport schetst ook hoe eerdere stappen van de PA bedoeld waren om zichtbare betalingen te maskeren: na openbaarmakingen door PMW in 2020 volgde in 2021 een presidentieel besluit om vrijgelaten gevangenen met minstens vijf jaar straftijd te “plaatsen” in veiligheids- of publieke banen. Een speciale commissie van 64 personen werd aangesteld om vacatures te vinden; toen dat niet voor allen mogelijk bleek, werden velen op de pensioenlijst gezet. De pensioenleeftijd voor deze groep werd om die reden verlaagd van 60 naar 50 jaar.
PMW hekelt de praktijk moreel en politiek: de organisatie stelt dat de PA strijders verheerlijkt en financieel beloont voor dodelijke aanslagen, en dat de omschakeling naar PNEEI en herclassificatie van betalingen bedoeld is om internationale kritiek en toezicht te omzeilen. PMW noemt het gebrek aan controle door de internationale gemeenschap over uitkeringen aan PLO- of PA-medewerkers in landen als Jordanië, Libanon en Syrië een belangrijke factor die het verborgen beleid mogelijk maakt.
Context: de kwestie raakt directe buitenlandse hulp en diplomatieke betrekkingen, omdat veel westerse landen financiële steun verlenen aan de PA en toezien op bestedingen. Als de aantijgingen van PMW kloppen, kan dat het vertrouwen van donoren schaden en leiden tot politieke druk of hernieuwde voorwaarden op hulpverlening.