Strijd tegen Israël wordt ook op taalniveau gevoerd
In dit artikel:
De auteur betoogt dat het huidige conflict tussen Joden en Palestijnen voor een groot deel voortkomt uit een verschuiving in betekenis: "Palestina" veranderde van een geografische aanduiding in de naam van een nieuw gevormd volk. Deze taalkundige omvorming maakte politieke instrumentalisering mogelijk en gaf tegenstanders van Israël een universeel identificatiepunt.
Historische schets van Israël
De naam Israël heeft diepe religieuze wortels: als persoons- en daarna volknaam komt zij in de bijbelse traditie terug (o.a. de aartsvader Jakob en zijn nakomelingen, de Israëlieten). Archeologische en historische bronnen bevestigen vroegere vermeldingen, zoals de Merneptah-zuil uit de 13e eeuw v.Chr. Politiek bestond het gebied eerst als een verbond van stammen, later als koninkrijk met periodes van eenheid en splitsing (Noordelijk koninkrijk Israël, zuidelijk Juda). Na ballingschap en het Perzische en Hellenistische bewind bleef de naam Israël vooral religieus geladen; pas in 1948 werd Israël opnieuw een staat en werd de aanduiding 'Israël' ook burgerlijk-politiek.
De term Palestina en haar ontwikkeling
De naam Palestina is afgeleid van de oude Philistijnen (Peleset), een zeevolk dat in bronnen rond 1200 v.Chr. opduikt en later grotendeels is verdwenen. Taalhistorisch ontwikkelde die stamnaam zich tot Palaistinē (Grieks) en Palaestina (Latijn), en werd onder Romeins bestuur een provincienaam. Na de bloedige neerslag van de Bar Kochba-opstand in 135 n.Chr. noemde keizer Hadrianus Judaea om tot Syria Palaestina — volgens de auteur een bewuste poging om de joodse verbinding met het land te wissen. Gedurende veel eeuwen bleef Palestina primair een geografische term; ook Joden woonden er en droegen die aanduiding soms zelf.
Modern-politieke omslag
Volgens de auteur ontstond de moderne Palestijnse etnische identiteit relatief laat. In de 20e eeuw, en vooral met de oprichting van de PLO in 1964 en het politiek leiderschap van figuren als Yasser Arafat, is "Palestina" steeds vaker als tegenpool van Israël ingezet. Die herinterpretatie maakte van regionale Arabieren een collectieve bevolkingsgroep met eigen nationale eisen. Dit proces gaf bewegingen en staten over de hele wereld een instrument om zich te identificeren met de Palestijnen en druk op Israël uit te oefenen — bijvoorbeeld via BDS (boycot, desinvestering en sancties), dat volgens de auteur niet primair gericht is op het scheppen van een Palestijnse staat maar op het ondermijnen van Israël.
Nuances en gevolgen
De schrijver benadrukt dat niet alle Palestijnen anti-Israëlisch zijn: ongeveer 20 procent van de Israëlische bevolking is Arabisch en leeft samen met Joden, wat aantoont dat Palestijnse identiteit niet per se vijandig tegenover Israël hoeft te staan. Tegelijk waarschuwt hij dat nationalistische en radicale stromingen de identiteit wel degelijk als politiek drukmiddel inzetten. Zijn conclusie: de strijd wordt ook op taalniveau gevoerd; het toekennen en herinterpreteren van namen heeft grote geopolitieke gevolgen.
Achtergrond: de auteur is hoofd van de afdeling Theologie en Kerk bij de organisatie Christen an der Seite Israels (CSI) en het artikel is een verkorte weergave van een Duitstalige bijdrage op idea-pressedienst.de.