Systematisch gepleegd, maar staalhard ontkend: seksueel geweld is een doelbewust wapen in Israëlisch-Palestijns conflict
In dit artikel:
Het gebruik van seksueel geweld is volgens recent onderzoek onlosmakelijk verbonden met het Israëlisch-Palestijnse conflict, en beide kampen worden erdoor beschuldigd. Deze week bevestigden twee nieuwe publicaties eerder gerapporteerde feiten: een Israëlische onafhankelijke ngo-documentatie van misdrijven door Hamas rond de terreuraanval van 7 oktober 2023, en een groot stuk in The New York Times over mishandeling van Palestijnen door Israëlische autoriteiten en bewakers.
De ngo The Civil Commission on Oct 7th Crimes by Hamas Against Women and Children, geleid door jurist en mensenrechtendeskundige Cochav Elkayam‑Levy, publiceerde na twee jaar onderzoek het rapport Niet langer tot zwijgen gebracht. Dat onderzoek omvatte meer dan 430 interviews met overlevenden, getuigen en familieleden, de analyse van ruim 10.000 foto’s en videobeelden en bijna 2.000 uur visueel materiaal. De onderzoekers concluderen dat seksueel geweld tijdens en na 7 oktober op meerdere plaatsen en in verschillende fases voorkwam — bij ontvoeringen, tijdens transport en gevangenschap, in huizen, langs de weg, op het Nova‑festival en zelfs op militaire basissen — en dat het volgens hen doelbewust werd ingezet om angst, vernedering en lijden te maximaliseren. Zij beschrijven dertien terugkerende patronen, waaronder groepsverkrachting, seksuele marteling, gedwongen naaktheid, seksueel geweld in aanwezigheid van familie en het verspreiden en verheerlijken van dergelijk materiaal online. Het rapport kwalificeert de misdrijven als ernstige internationale misdrijven, waaronder oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.
Parallel daaraan bracht The New York Times, in een opiniestuk van Nicholas Kristof, getuigenissen bijeen van veertien Palestijnen die in Israëlische detentiecentra seksueel misbruik en marteling ervaren zouden hebben. Slachtoffers wijzen onder meer soldaten, kolonisten, Shin Bet‑ondervragers en gevangenisbewakers aan. Eerder rapporten van de VN en ngo’s, plus een Save the Children‑rapport, signaleren eveneens structureel geweld, ook tegen kinderen. Internationaal zijn er aanwijzingen genoeg dat leidende figuren verantwoordelijk kunnen zijn: de VN sprak eerder van “redelijke gronden” en de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof, Karim Khan, noemde verdenkingen tegen Hamasleiders.
Ondanks de opeenstapeling van rapporten en getuigenissen ontkennen zowel Hamas als de Israëlische autoriteiten de aantijgingen; Israël dreigde recentelijk met een smaadproces tegen The New York Times. Onderrapportage blijft groot: slachtoffers worden door autoriteiten en gemeenschappen vaak ontmoedigd te spreken, en sociale stigma’s maken openbaar vertellen moeilijk.
Kortom: steeds meer bewijs wijst erop dat seksueel geweld in dit conflict niet incidenteel is maar als instrument wordt gebruikt door verschillende partijen. Tegelijkertijd staan juridische vervolging, waarheidsvinding en bescherming van getuigen onder druk door ontkenning, politieke polariteit en sociale taboes, wat de weg naar verantwoording bemoeilijkt.