Tacheles met Aviel - Jezus is geen politiek voorbeeld voor oorlog en vrede

maandag, 6 april 2026 (20:13) - Israel Today

In dit artikel:

Sinds het recente geweld rond Iran is religieuze taal prominent teruggekeerd in het politieke debat tussen Washington, Teheran en Jeruzalem. De Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth gebruikte expliciet christelijke terminologie en riep op om „in de naam van Jezus“ te bidden voor militaire successen; zijn persoonlijke symbolen (een Kruis van Jeruzalem-tatoeage en de tekst “Deus vult”) en zijn boek American Crusade illustreren hoe hij politiek en religie expliciet verbindt. In Israël versterken rabbijnen en religieuze leiders eveneens de morele legitimatie van militaire inzet en bidden ze voor overwinning en veilig thuiskomen van soldaten.

Tegelijkertijd nam paus Leo XIV op Palmzondag scherp afstand van het gebruik van geloof als rechtvaardiging voor geweld. Hij waarschuwde dat de christelijke boodschap vaak wordt vervormd door machtsstreven en riep op tot een onmiddellijk staakt‑het‑vuren, met de boodschap dat God gebeden van „handen vol bloed“ niet verhoort. Die oproep leidde tot frictie: het Witte Huis verdedigde het bidden voor troepen als een lange Amerikaanse traditie en een uiting van het publieke morele kompas; persvoorlichter Karoline Leavitt verwees naar het joods-christelijke fundament van de natie.

Historici, militair juristen en organisaties als de Military Religious Freedom Foundation waarschuwen voor de risico’s van deze religieuze retoriek. Kritieken lopen uiteen van het ondermijnen van de scheiding tussen kerk en staat en het vervreemden van niet-christelijke militairen tot het gevaar dat religieuze framing het conflict tussen westerse landen en een islamitisch regime verder polariseert. Michael Weinstein vatte die zorg scherp samen: „Hij maakt er een strijd van tussen Jezus en Mohammed, dat is ongekend en gevaarlijk.“ Het Pentagon houdt echter vast aan de stelling dat religieuze symboliek traditioneel onderdeel van Amerikaans leiderschap is.

De discussie raakt aan een dieper ethisch en praktisch dilemma: wat kan en mag religie betekenen in existentiële conflicten waar louter veiligheidslogica ontoereikend voelt? De auteur van het stuk betoogt dat de paus de unieke, spirituele betekenis van Jezus’ geweldsloosheid verkeerd toepast op de beleidssituatie van moderne staten: een staat heeft de plicht zijn burgers te beschermen en kan zich niet passief „opofferen“ zoals religieuze verhalen soms prediken. Anderen benadrukken juist de morele beperking die religie kan opleggen aan militair optreden.

Kortom: religie schuift weer op naar het centrum van veiligheidsbeleid in zowel de VS als Israël — als legitimatiemiddel, identiteitsanker en mobiliserende kracht. Dat roept belangrijke vragen op over constitutionele grenzen, de inclusiviteit van strijdkrachten en de risico’s van escalatie in een regio waar religieuze en geopolitieke spanningen al diep verankerd zijn.