Trump: 'Ik kan Israël niet verwijten dat het heeft teruggeslagen na Iraanse raketaanvallen'
In dit artikel:
De Amerikaanse president Donald Trump zei dinsdagochtend dat Israël had teruggeslagen nadat Iran en zijn regionale proxies met raketten Israël hadden aangevallen, en dat hij Jeruzalem daar niet voor kon verwijten. Trump sprak na een bezoek aan de NBA-finals in New York en vertelde dat hij een “zeer goed gesprek” had gehad met premier Benjamin Netanyahu. Volgens hem zijn zowel Israël als Iran, via Amerikaanse bemiddeling, overeengekomen het vuur te staken.
De uitbarsting van geweld vond plaats in de nacht van zondag op maandag, toen Teheran en aan Iran gelieerde strijdgroepen meerdere raketsalvo’s op Israël afvuurden en daarmee een fragiel staakt-het-vuren, dat sinds 8 april bestond, doorbraken. Trump verklaarde dat Israël had teruggeschoten en dat hij Netanyahu had aangespoord om het juiste te doen maar het geweld zo snel mogelijk te beëindigen. Netanyahu zei later dat de Israëlische strijdkrachten verdere aanvallen hadden gestaakt nadat Iran het vuur had gestaakt, maar waarschuwde dat Israël “met overweldigende kracht” zou reageren als aanvallen werden hervat.
Trump zei verder dat hij in de eindfase zat van onderhandelingen over een overeenkomst met Iran die geen ruimte zou laten voor kernwapens en waardoor de Straat van Hormuz weer open zou gaan. Hij voorspelde dat die overeenkomst binnen enkele dagen kon worden ondertekend en benadrukte dat een zeeblokkade van Iraanse havens volgens hem effectiever was geweest dan bombardementen. Hij waarschuwde tegelijk dat bombardementen veel slachtoffers zouden maken en grote verwoestingen kunnen aanrichten.
Ook vicepresident JD Vance stelde dat een akkoord dat Iran verhindert kernwapens te verkrijgen een grote overwinning voor de VS zou zijn. Iran kondigde intussen een stopzetting van militaire operaties aan, maar dreigde met zwaardere raketaanvallen als Israël zijn acties tegen Hezbollah voortzet.