Trump's slag tegen Teheran legt Europa's blindheid bloot
In dit artikel:
Het artikel bekritiseert de westerse framing van de recente Amerikaanse aanval op Iran: in veel Europese media wordt die geïnterpreteerd als een daad van westerse imperialistische agressie, waarbij president Donald Trump en premier Benjamin Netanyahu als personificaties van die machtspolitiek worden neergezet. Volgens de auteur vereenvoudigt die kijk de realiteit in het Midden-Oosten en negeert zij dat Iran al meer dan veertig jaar een offensieve buitenlandse politiek voert.
Sinds de Iraanse revolutie van 1979 voert Teheran een combinatie van ideologische oorlogsvoering, militaire opbouw en het inzetten van proxy’s en terreurgroepen, gericht niet alleen op Israël maar op westerse belangen in het algemeen. Het regime heeft openlijk verklaard dat het vijandig staat tegenover zowel de Verenigde Staten als Israël, en heeft sindsdien via organisaties en milities invloed en geweld projecteerd in landen als Libanon, Syrië, Irak en Jemen. Die lange staat van antagonisme vormt volgens de schrijver de context waarin westerse militaire acties moeten worden begrepen — iets wat veel westerse commentators volgens hem over het hoofd zien door te focussen op het motief van imperialisme.
De tekst roept op om Iran’s decennialange strategie en dreiging onderdeel te laten zijn van de analyse, in plaats van westerse interventies uitsluitend als ongefundeerde expansiedrang te bestempelen.