VN-functionaris Pramila Patten onderzocht bewijsmateriaal voor veroordeling van Israël wegens seksueel geweld niet
In dit artikel:
VN-specialgezant Pramila Patten gaf tijdens een persconferentie op 29 mei toe dat haar team beschuldigingen van seksueel geweld door Israëlische veiligheidsdiensten niet zelf heeft onderzocht. Patten, verantwoordelijk voor zaken rond seksueel geweld in conflictsituaties, verklaarde dat het niet tot de taak van haar kantoor behoort om onderzoek ter plaatse uit te voeren en dat zij informatie alleen verzamelt en presenteert aan de secretaris‑generaal. Volgens haar wordt het aangeleverde bewijs gecontroleerd via een door haar omschreven “zeer robuuste methodiek van verificatie en documentatie”, maar ze zei ook dat zij persoonlijk geen toegang tot bewijsmateriaal nodig heeft en dat ze weigert Israëlische detentiecentra te bezoeken, zelfs als die uitnodiging er was.
Die openheid over de werkwijze heeft geleid tot kritiek omdat het de onafhankelijkheid en de controleerbaarheid van het rapport kan aantasten: tegenstanders stellen dat het ontbreken van eigen, ter plaatse verrichte verificatie de geloofwaardigheid van de aantijgingen vermindert. De kwestie speelt zich af binnen de context van de communicatie met de Israëlische Permanente Missie bij de VN en kan vragen oproepen over welke partijen wel verantwoordelijk zijn voor aanvullend onderzoek en hoe mogelijke misstanden effectief kunnen worden vastgesteld en vervolgd.