VN-functionarissen zeggen "te moeten passen" op verzoek om positieve boodschap over Israël tijdens feestdagen
In dit artikel:
Een Israëlisch persbureau vroeg rond Chanoeka/kerst aan tal van hoge functionarissen van de Verenigde Naties — ook aan degenen die Israël vaak bekritiseren — om iets positiefs te noemen over Israël. Uit de rondgang kwam niets positiefs: veel VN-vertegenwoordigers reageerden niet, en degenen die wel antwoordden weigerden een lofuiting te geven.
Israëlische ambassadeur bij de VN in New York, Danny Danon, bestempelde het gebrek aan enigerlei positieve uitspraak als een aanwijzing voor de houding van de VN tegenover Israël en wees op het feit dat de organisatie 193 landen en ongeveer 37.000 medewerkers omvat. Het kantoor van secretaris-generaal António Guterres gaf geen reactie op herhaalde verzoeken. Tom Fletcher, ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken, liet via een woordvoerder weten dat men “moest passen”; Fletcher is eerder scherp bekritiseerd door Israël nadat hij Jeruzalem van genocide in Gaza beschuldigde.
Jonathan Conricus, oud-woordvoerder van het Israëlische leger, stelde dat het uitblijven van lof eerlijkheid toont maar riep tegelijk op dat Israël zijn positieve bijdragen — op het gebied van landbouw, watertechnologie, geneeskunde, onderzoek en intellectueel eigendom — zichtbaarder moet maken. Het kantoor van Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Volker Türk verwees algemeen naar universeel mensenrechtenrecht en de vrijheid van religie, maar gaf geen concreet positief commentaar over Israël. Jürg Lauber, voorzitter van de VN-Mensenrechtenraad, benadrukte neutraliteit in zijn functie, hoewel hij in het verleden wél openlijk andere landen prees (bijvoorbeeld Micronesië). Het bureau van de Mensenrechtenraad-speciale procedures reageerde niet; binnen die groep opereert ook Francesca Albanese, een erkende criticus van Israël die eerder door lidstaten is berispt.
Alles bij elkaar presenteert de rondgang een beeld van een VN-instelling die terughoudend is — of onwillig — om iets positiefs over Israël te erkennen, terwijl Israël aandringt op meer aandacht voor zijn wereldwijde wetenschappelijke en humanitaire bijdragen.